Tips om je personages te introduceren

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Schrijven Online.

‘Hoi, ik ben Marije, schrijver van verschillende romans en kinderboeken. Ik woon in Schotland en werk sinds kort als schrijfcoach.’ Zo, nu is duidelijk wie ik ben. Toch is dit niet de manier om een personage in je verhaal te introduceren. In kinderboeken wordt dat nog weleens zo gedaan en dat kan vlot en grappig staan, maar je moet oppassen voor het ‘Donald Duck effect’.

Show don’t tell

Een goede manier om je (hoofd)persoon te introduceren is door hem in een karakteriserende omgeving neer te zetten, of een voor hem typische handeling te laten uitvoeren. Laat je personage zien, in plaats van erover te vertellen.

‘De wind trekt aan mijn haren en de Schotse heuvels roepen me. Ongetwijfeld wacht daar ergens in de velden een nieuw verhaal op me. Ik wil er naartoe rennen, maar het is alsof een onzichtbare arm me tegenhoudt. Binnen wacht het verhaal van een ander. Ik mag het niet alleen lezen, maar er ook nog feedback op geven. Het leven van een schrijfcoach is zo gek nog niet. Ik snuif de frisse voorjaarslucht op, laat nog een paar tellen de zonnestralen over mijn gezicht kruipen, en loop naar binnen. Het getik van de wekker spoort me aan om nu toch echt aan het werk te gaan.’

Nu weet je ook een beetje wie ik ben, bovendien weet je nu meer dan de eerdere opsomming. Je hebt me zien handelen. En dat is wat de lezer interessant vindt! Schrijf vanuit je personages, maar schrijf wel vanuit hun handelen en niet vanuit wat jíj als schrijver kunt opsommen over ze. Het alom bekende: Show, don’t tell!

‘Tell’ spreekt de linkerhersenhelft aan, de ratio. Prima voor het onthouden van feiten of voor een boodschappenlijstje. Wil je de lezer echter emotie laten voelen, het verhaal intrekken, dan moet je de rechterhersenhelft aanspreken, het gevoel. Dat bereik je met ‘show’. Door te vertellen vanuit het personage zorg je ervoor dat de lezer niet alleen getuige is van een gebeurtenis, maar er ook daadwerkelijk in zit.

Schrijfoefening

Schrijf een scène over een man die aan het ontbijt zit. Wat je weet is dat hij zo naar zijn werk moet. Pas als je die scène geschreven hebt, ga je nadenken over het personage. Wat voor werk doet de man? Zit hij alleen of met zijn gezin aan tafel? Hoe ziet hij eruit? Heeft hij bepaalde (gezondheids)problemen? Is er onlangs iets heftigs gebeurd in zijn leven? Maak een lijst met persoonlijke kenmerken en schrijf nu nog eens een ontbijtscène, zelfde man, maar met de nieuwe informatie.

Uiterlijke kenmerken, karakter en omgeving

Als je een plot hebt, is de neiging groot om meteen te beginnen met schrijven van het verhaal. Hoewel mijn ervaring is dat je de personages pas echt goed leert kennen tijdens het schrijven van de eerste versie, helpt het wel (en scheelt het bij het herschrijven!) als je een karakterschets hebt gemaakt van de belangrijkste personages. Het is aan te raden om een lijstje te maken met als onderverdeling: uiterlijke kenmerken, karakter, omgeving. Schrijf bij deze onderverdeling in elk geval tien punten over de belangrijkste personages. Niet alles wat je invult over je personages, moet ook in het verhaal terugkomen. Het gaat erom dat jij ze door en door kent en ze daardoor geloofwaardig en uitgediept neer kunt zetten.

Meer tips om je personages te leren kennen

  • Hou een dagboekje bij, geschreven vanuit een personage
  • Ga (buiten het verhaal om) in discussie met ze
  • Bedenk bij dagelijkse dingen hoe je personage zou handelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s