Verhuisd

Zoals sommigen al gelezen hebben, gaat Schot in Schrijven verder onder de nieuwe naam:

Schrijfbureau Confrontaal

Daar staat ook een verse blog met allemaal leuke nieuwtjes. Zie ik je daar?

Hoera!

Hoera! Schot in Schrijven bestaat twee jaar. Het afgelopen jaar is voor mij persoonlijk een roerig jaar geweest, maar nu begin ik aan een frisse nieuwe start. Daar hoort natuurlijk een verjaardagsactie bij!

Schrijf een kort verhaal/fragment van max. 800 woorden over een nieuwe start. De eerste 10 schrijvers die hun korte verhaal inzenden krijgen daar ten minste korte feedback op. Uit alle inzendingen kies ik drie verhalen die uitgebreider feedback krijgen. Die verhalen zullen op mijn site geplaatst worden. Insturen kan tot 18 maart.

Veel schrijfplezier!

Feest!

Schot in Schrijven bestaat binnenkort 1 jaar! Om dat te vieren krijgt iedereen die zich voor 1 maart 2016 aanmeldt om een manuscript door mij te laten redigeren 30% korting. Dat betekent dat je op een manuscript van 40.000 woorden al €240,- korting krijgt.

Voorwaarden:

  • aanmelden voor 1 maart 2016
  • manuscript van ten minste 40.000 woorden
  • aanbieding geldt op basis van vooruitbetaling, ook als het manuscript later wordt ingepland

Schrijfblokkades

Het ‘writer’s block’ is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende soorten schrijfblokkades en aan de meeste daarvan is heel goed wat te doen. Hieronder een aantal tips:

Ben je lekker aan het schrijven, maar zit je ineens vast? Geen idee hoe het verhaal verder moet?

  • Leg het manuscript even opzij en schrijf eens een stukje vanuit een ander perspectief, een ander personage. Zo leer je ook de minder belangrijke personages goed kennen en dat komt het verhaal ten goede. Maar misschien merk je ook wel dat het verhaal beter verteld kan worden vanuit een ander personage.
  • Lees een stukje (hardop) terug, ga wat bijschaven daaraan. Op die manier kom je weer goed in je verhaal en soms raak je daardoor vanzelf weer in de schrijfflow.
  • Ga “in discussie met je personages”, ook buiten het verhaal om. Bedenk ook hoe zij in bepaalde (dagelijkse) situaties zouden reageren.

Helemaal geen idee waar je over moet schrijven?

  • Schrijf korte verhalen als oefening. Voor ideeën: kijk om je heen, zoek naar schrijfoefeningen online (hier staan er een paar). Misschien is zo’n kort verhaal wel het begin van een veel langer verhaal! En zo niet: dan heb je straks niet alleen een prachtige verzameling korte verhalen, maar heb je ook het schrijven weer ‘getraind’.
  • Ga een dagje op stap (met OV, lekker op een terrasje zitten, naar een museum, attractiepark, etc.). Observeer mensen, luister naar ze en bedenk achter de meest interessante persoon van die dag een verhaal.
  • Doe met iemand een brainstormsessie; probeer zonder enige terughoudendheid om de beurt te komen met interessante plotideeën, verhaalwendingen, personages. Alles mag. Maak aantekeningen!

Heb je juist ontzettend veel ideeën, maar is niets interessant of blijvend genoeg om op door te gaan?

  • Schrijf om te beginnen alle ideeën op. Wie weet later…
  • Kies 2-3 van je verhaalideeën uit en begin te schrijven (een A4-tje vol en je hoeft niet bij het begin te beginnen!). Het lijkt veel werk, maar daarna weet je en heb je veel meer.

Heb je zelf last van schrijfblokkades (gehad) en misschien een paar goede tips om er weer uit te komen? Je kunt je ervaringen en tips hieronder kwijt.

Bijpersonages

Net als voor hoofdpersonages, kun je voor bijpersonages het beste ook een karakterschets maken. Dat geldt niet voor de bakker, die alleen maar een krentenbol verkoopt en in één scène voorkomt als figurant. Maar iedereen die een redelijke rol heeft in het verhaal wordt ‘echter’ als je als schrijver het personage goed kent.

Vind je het lastig om de minder belangrijke personages te leren kennen? Schrijf dan als oefening voor jezelf eens een paar bladzijden vanuit het perspectief van dat personage. Vertel een deel van het verhaal maar eens vanuit zijn gezichtspunt. Al komt dat in je definitieve versie niet terug, je leert het karakter wel beter kennen.

Als je je personages kent, kun je ze ook een eigen ‘stem’ geven. Een eigen ‘stem’ is niet alleen het dialect, het typische woordgebruik en de manier van denken van een personage, maar ook de lichaamstaal en de (fysieke) aanwezigheid van het personage. Eigenlijk zou de lezer zonder toevoegingen van wie er aan het woord is, de ‘stem’ van de verschillende personages moeten herkennen. Gebruik als schrijver al je zintuigen én die van je personages.

Tips voor het geven van een eigen identiteit

– schrijf per (belangrijk) personage de stopwoordjes, dialect, lichaamstaal op
– lees dialogen hardop (het liefst voor een welwillend slachtoffer, dat kan raden welk personage aan het woord is)

Goed nieuws en slecht nieuws…

… nou ja, slecht…

De mensen die me op twitter volgen, hebben het goede nieuws waarschijnlijk al gelezen: vanaf nu ben ik als schrijfcoach ook actief op Schrijven Online. Samen met vijf andere coaches zal ik de wekelijkse schrijfopdrachten verzorgen. Ik heb al een lijstje met interessante oefeningen klaarstaan en ik verheug me er ontzettend op de verhalen die daaruit voortkomen te lezen en van feedback te voorzien.

De keerzijde daarvan is dat de schrijfoefening van april voorlopig de laatste oefening op deze site is waarbij je gratis feedback krijgt. Maar je bent natuurlijk van harte welkom om mee te doen met de schrijfoefeningen op Schrijven Online waarbij je feedback krijgt van de verschillende schrijfcoaches en schrijvers die daar actief zijn. En wil je persoonlijke begeleiding bij het schrijven van je manuscript, of redactie, of vertaling naar het Engels, dan help ik je graag!

Tips om je personages te introduceren

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Schrijven Online.

‘Hoi, ik ben Marije, schrijver van verschillende romans en kinderboeken. Ik woon in Schotland en werk sinds kort als schrijfcoach.’ Zo, nu is duidelijk wie ik ben. Toch is dit niet de manier om een personage in je verhaal te introduceren. In kinderboeken wordt dat nog weleens zo gedaan en dat kan vlot en grappig staan, maar je moet oppassen voor het ‘Donald Duck effect’.

Show don’t tell

Een goede manier om je (hoofd)persoon te introduceren is door hem in een karakteriserende omgeving neer te zetten, of een voor hem typische handeling te laten uitvoeren. Laat je personage zien, in plaats van erover te vertellen.

‘De wind trekt aan mijn haren en de Schotse heuvels roepen me. Ongetwijfeld wacht daar ergens in de velden een nieuw verhaal op me. Ik wil er naartoe rennen, maar het is alsof een onzichtbare arm me tegenhoudt. Binnen wacht het verhaal van een ander. Ik mag het niet alleen lezen, maar er ook nog feedback op geven. Het leven van een schrijfcoach is zo gek nog niet. Ik snuif de frisse voorjaarslucht op, laat nog een paar tellen de zonnestralen over mijn gezicht kruipen, en loop naar binnen. Het getik van de wekker spoort me aan om nu toch echt aan het werk te gaan.’

Nu weet je ook een beetje wie ik ben, bovendien weet je nu meer dan de eerdere opsomming. Je hebt me zien handelen. En dat is wat de lezer interessant vindt! Schrijf vanuit je personages, maar schrijf wel vanuit hun handelen en niet vanuit wat jíj als schrijver kunt opsommen over ze. Het alom bekende: Show, don’t tell!

‘Tell’ spreekt de linkerhersenhelft aan, de ratio. Prima voor het onthouden van feiten of voor een boodschappenlijstje. Wil je de lezer echter emotie laten voelen, het verhaal intrekken, dan moet je de rechterhersenhelft aanspreken, het gevoel. Dat bereik je met ‘show’. Door te vertellen vanuit het personage zorg je ervoor dat de lezer niet alleen getuige is van een gebeurtenis, maar er ook daadwerkelijk in zit.

Schrijfoefening

Schrijf een scène over een man die aan het ontbijt zit. Wat je weet is dat hij zo naar zijn werk moet. Pas als je die scène geschreven hebt, ga je nadenken over het personage. Wat voor werk doet de man? Zit hij alleen of met zijn gezin aan tafel? Hoe ziet hij eruit? Heeft hij bepaalde (gezondheids)problemen? Is er onlangs iets heftigs gebeurd in zijn leven? Maak een lijst met persoonlijke kenmerken en schrijf nu nog eens een ontbijtscène, zelfde man, maar met de nieuwe informatie.

Uiterlijke kenmerken, karakter en omgeving

Als je een plot hebt, is de neiging groot om meteen te beginnen met schrijven van het verhaal. Hoewel mijn ervaring is dat je de personages pas echt goed leert kennen tijdens het schrijven van de eerste versie, helpt het wel (en scheelt het bij het herschrijven!) als je een karakterschets hebt gemaakt van de belangrijkste personages. Het is aan te raden om een lijstje te maken met als onderverdeling: uiterlijke kenmerken, karakter, omgeving. Schrijf bij deze onderverdeling in elk geval tien punten over de belangrijkste personages. Niet alles wat je invult over je personages, moet ook in het verhaal terugkomen. Het gaat erom dat jij ze door en door kent en ze daardoor geloofwaardig en uitgediept neer kunt zetten.

Meer tips om je personages te leren kennen

  • Hou een dagboekje bij, geschreven vanuit een personage
  • Ga (buiten het verhaal om) in discussie met ze
  • Bedenk bij dagelijkse dingen hoe je personage zou handelen